Dossier Jan van Veen;
Diefstal met geweldpleging (1823)

Op de vroege ochtend van de 21 mei 1823, rond een uur of vijf, vertrok ene Gerrit van Maurik lopen vanuit Ameide naar Utrecht om daar een zak met 2 vachten schapenwol te verkopen. Na een poosje gelopen te hebben kwam hij een man tegen, Jan van Veen naar later bleek, die hem vroeg of hij richting Utrecht ging. Van Maurik bevestigde dat dit het geval was en de twee vervolgden samen hun weg langs de Lopiksche Vaart in de richting van IJsselstein. Geheel onverwacht werd Van Maurik door Van Veen van achteren aangevallen en werd de zak met wol uit de handen van Van Maurik gegrist. Van Veen bedreigde hem met de woorden; "Leg af! Het is Mijn zak!" en vervolgens "Als gij niet aflegt, steek ik u dood" en toonde vervolgens een 'ontbloot mes'.

Roofmoord
Onder luid geroep om hulp stond Van Maurik de zak af en Van Veen ging er vervolgens mee vandoor. Hij heeft er niet lang plezier van gehad. Twee mannen die verderop liepen kwamen op het hulpgeroep afgerend. Van Veen liet de zak vallen en verdween in een naastgelegen Griendbos. De mannen gaven de zak met wol weer terug aan de rechtmatige eigenaar en de mannen vervolgden hun weg...
 
De Looije Brug te IJsselstein waarover Jan en Gerrit hun weg vervolgden...

Een eind verderop zagen ze hem weer lopen en dit keer kon Jan niet ontkomen. Samen met een derde persoon die ze even later tegenkwamen hebben ze hem aangehouden en meegevoerd naar IJsselstein. Toen ze de poort van de stad naderden liep Jan van Veen plotseling een herberg binnen. Terwijl de drie mannen voor de deur bleven wachten dronk Jan even rustig een borrel. Voor hij weer naar buiten ging verstopte hij zijn mes achter de toonbank. Dit was (jammergenoeg voor hem) niet onopgemerkt gebleven. De 'tapvrouw' is hem nagelopen en heeft het mes teruggegeven aan de eigenaar. Jan is door de drie mannen afgeleverd bij de politie, alwaar hij is vastgezet.

Het proces
Er volgde een proces in Amsterdam , op 18 juli 1823. De officiële aanklacht luidde als volgt: "Diefstal op den openbare weg, met geweld te hebben gepleegd". De straf was niet mild in die tijd: "Nadat hij bevorens op eene der openbare plaatsen der stad openlijk op een schavor met roeden zal zijn gegeseld, met den strop om den hals aan de galg vastgemaakt, en voorts op den regterschouder gebrandmerkt met de letters T.P.". Ook moest hij een bord dragen waarop de misdaad stond vermeld. Deze tepronkstelling duurde een kwartier en vond plaats bij de St. Antonies Waag te Amsterdam, op 2 augustus 1823.
 
De St. Antonies Waag te Amsterdam.
 
"En dat eindelijk het hof den beschuldigde zal gelieven te condemneren (= veroordelen) in de kosten van het proces ten behoeve van den staat". Jan van Veen moest ook opdraaien voor de totale kosten van het proces, de somma van 64 gulden en 71 cent. "Zal worden veroordeeld tot de straffe van confinement (= opsluiting) in een Rasp- Tucht- of Werkhuis voor de periode van zeven jaren". Hij heeft deze straf uitgezeten in het Huis van Reclusie en Tuchtiging te 's-Hertogenbosch.
 
Het Huis van Reclusie en Tuchtiging te 's-Hertogenbosch.
 
Arrest
"Dat van dit arrest van Veroordeling, Extracten zullen worden geformeerd, ten bedrage van een behoorlijk getal exemplaren en aangeplakt in de steden Amsterdam, Utrecht en Culenburg". Het totale dossier van de rechtbank telt 85 pagina's. De 'vrederegter van het kanton Culenburg' schrijft op 30 mei 1823 aan de rechter: "Gemelde Jan van Veen is in den volsten zin een dronkaard en twistzoeker en is bij herhaling door de regtbanken van Correctionele en enkele Policie te Gorinchem en Culenborg tot gevangenisstraf en boete verwezen geworden. Nog een vonnis van enkele Policie ligt ten zijnen laste, tot betaling van zes guldens boeten en vijf dagen gevangenisstraf".

Ook wachtte hem nog een gevangenisstraf van zes of acht weken wegens het plegen van gewelddadigheden aan het huis van zijn vader, Otto van Veen. Na zijn detentie trouwt hij met de Culemborgse Hermina van Laar met wie hij 3 kinderen krijgt. Hij lijkt een rustiger bestaan op te bouwen, maar dan gaat hij in 1839 weer in de fout, en dit keer nóg gruwelijker....

 
Bronnen Regionaal Archief Rivierenland Tiel, Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) te 's-Hertogenbosch.